Nieuwsoverzicht
25 maart 2020

Een kort verhaal van Tjeerd Posthuma

Zwaluwmoord

Een monoloog in 120 appjes

          door Tjeerd Posthuma

 

–   Hé!
–   Ik weet dat ik je niet meer dronken mag appen, maar ja, ik ben nu toch al dronken en heb je toch al geappt. Ha!
–   Dus: hé!
–   Nou, jij reageert ff niet
–   Elke keer dat we elkaar zien regent het. Alsof er een vloek over ons weerzien hangt
–   Denk jij dat er een vloek over ons weerzien hangt?
–   Ik hoop echt niet dat je dit morgen allemaal in één keer leest
–   Gelukkig is het nog niet zo laat
–   Waar zijn blauwe vinkjes als je ze nodig hebt?
–   Als je dit leest dan moet je iets van je laten horen. Anders is het zielig voor mij
–   Je bent dit aan het lezen, hè. Ik weet het zeker; ken je langer dan vandaag.
–   Het is droog, mag ik anders niet even nu naar je toe komen?
–   Praten. Alleen praten. Ik zal niet huilen, of proberen te zoenen, of je vertellen hoe het mijn familie gaat want ik weet heus wel dat dat een situatie suggereert die er niet meer is en dat je daar verdrietig van wordt en verwart
–   verward! Je wordt verward. Voltooid deelwoord. Haha. Het bier is opgedronken. Je wordt verward.
–   Misschien lig je toch wel al in bed
–   Ik kan nu heel veel dingen appen over jou in een bed maar ik doe het niet
–   Ik zeg alleen dit: elke keer als jij dan zo door de regen voorbij schiet en lachend zwaait. Ik snap dat niet
–   Slaap lekker…

*

–   Wow er is net een zwaluw naar binnen gevlogen. Ik had het raam open en nu ben ik thuis en nu is hij ook thuis. In mijn huis thuis
–   Hij is heel klein wacht ik probeer een foto te maken
–   Hij fladdert steeds weg
–   Het is te donker
–   Fak
–   Fak
–   Fakderdefak
–   Kak
–   Hij heeft tegen het rolgordijn gekakt
–   Weet jij misschien hoe je dat moet schoonmaken?
–   Kakt hij omdat hij bang is of omdat hij zich thuis voelt?
–   Denkt-ie dat-ie m’n nieuwe huisgenoot is, denk je?
–   Nou, ik zet gewoon alle ramen open, dan vindt-ie vanzelf wel een weg naar buiten
–   Maar als je wilt weten hoe het is met dat nestje onder de dakgoot dat ik niet mocht weghalen van jou want daar had die vogel zo hard aan gewerkt: nou, dat waren dus zwaluwen en die zijn wel next level gegaan
–   Nou jij bent nog lekker aan het doen alsof je niks leest. Dus ik ga slapen. Dahag…

*

–   Oké slapen lukt niet, want de door jou beschermde fauna fladdert steeds net naast het raam tegen de muur, gaat dan heel even stil ergens hangen en als ik dan bijna slaap dan ffffrrrrrrrrt-dof
–   Dat dof is dan dus als-ie weer tegen de muur vliegt
–   Gaat-ie weer wacht ik probeer een filmpje te maken
–   Te donker
–   Gaat-ie weer
–   Het is niet dat ik bang ben, maar hij is gewoon zo fakking aanwezig
–   Misschien zijn het er twee. Inmiddels
–   Zet ik die ramen open, in plaats van dat-ie wegvliegt maakt-ie er een gezinsuitje van. Heb ik weer.
–   Kan ik anders bij jou slapen?
–   Grapje…
–   😛
–   Je zou toch denken dat ze het op een gegeven moment opgeven
–   Gewoon net als een vlieg. Die vliegt ook steeds tegen een ruit, en dan weer en dan weer. En dan op een gegeven moment daagt het hem dat hij nooit naar buiten zal komen en dan vliegt hij er zo hard tegen aan dat-ie z’n nek breekt of z’n hersens plet of weet ik wat maar dood is-ie. Spinnenvoer
–   Nou en met die vrolijke gedachte laat ik u vanavond achter…
–   Oh ik hoop zo dat je dit niet morgen in één keer leest. Dan moet je een foto van je hoofd sturen terwijl je het leest. Een filmpje
–   Ik weet gewoon niet wat ik moet doen. De dierenambulance bellen?
–   ‘Hallo, ik woon in een vogelkooi? Wat zegt u? U kunt mij niet verstaan door al dat fakking gefladder?
–   Ik weet trouwens niet of een vlieg echt zelfmoord pleegt of gewoon duizend moe en uitgeput op de vensterbank stort
–   Hoe lang duurt het voor deze terror schwalbes uitgeput zijn?
–   ga ergens anders leren vliegen.
–   Ja joh, schijt m’n bureau ook maar onder. Dat brengt geluk
–   Het is er maar ééntje, maar hij is heel aanwezig
–   jezus! Kak op de Thailandfoto. alles van waarde is weerloos. Leer dat maar eens schrijven met jullie geschijt.
–   Haha stel je voor dat ik dan morgen wakker wordt en dat ze dan allemaal weg zijn en dan dat hebben geschreven op de muur of op de grond of ergens waar ze voldoende ruimte hebben voor al die witte buikloop.
–   word
–   ik wakker word
–   Ik heb dat van die vliegen gegoogeld maar ik kan het niet vinden
–   Jij vindt zeker dat ik die zwaluwen moet gaan vangen en dan naar buiten brengen, hè?
–   Natuurlijk vind jij dat, jij vond de Lion King ook leuk
–   Jij wilde seks in dat rare boshutje bij Overveen
–   Nu ben ik geil. Door jou
–   Weet je nog. ‘Kom in m’n mond’, fluisterde je
–   Ik verstond je niet. Ik was bezig een orgasme in te houden
–   Net als nu…
–   Grapje
–   Of niet
–   Jawel
–   Neeee…
–   (Toch)
–   Nou…
–   (Heus)
–   Nee
–   ?…
–   Nou inmiddels maakt het me ook niet meer uit of je dit morgen in één keer leest. Ik denk dat ik wel door alle stadia van schaamte heen ben. En als je dan op dit punt bent aangekomen, zal je het fijn, typerend en liefdevol van mij vinden te weten dat ik ben begonnen met de evacuatie van een onbekend aantal zwaluwjonkies
–   Oké ik durf ’m niet op te pakken, maar dat is omdat ik bang ben dat-ie schijt. Dus ik veeg ’m denk ik in een oude schoenendoos of zo
–   Met het deksel
–   Gelukt. Nu ga ik ’m naar het raam brengen
–   Shit… Hij gaat niet uit de doos. Hij ligt hier gewoon een beetje te trillen
–   Ik google wel even
–   Want op hulp van het Lion King front hoef ik vanavond blijkbaar niet te rekenen.
–   Jouw laatste berichtje is echt van heel lang terug
–   Maar toen was je ook dronken, hè. Jawel. Want je schreef: ‘ik ben niet dronken!’ en dat schrijf jij altijd als je dronken bent, dat heb ik wel geleerd van al die keren dat je ‘nuchter’ bij mij kwam slapen
–   Ging ik je plagen met dat je dan toch een katerontbijt wilde
–   Met je droge bek
–   Met je wallen
–   Met je vettige haar dat dan zo sexy om je hoofd tooide als
–   Met je droge voorhoofd dat dan ingesmeerd moest worden met Nivea.
–   Of sperma, want daar zitten eiwitten in en dat is gezond voor de huid.
–   Kus op je droge bek. Je wallen, je vettige haar dat tooide als een onafgemaakte zin, je voorhoofd dat mij nodig heeft. Fak hell ik mis je nu zo
–   Ik weet ook wel dat dat is waarom ik niet meer moet appen
–   Sorry. Ik moet je niet meer van die seksdingen sturen dat weet ik ook wel. Dat hoef je niet weer te zeggen. Ik word er ook ongemakkelijk van als ik het zo terug lees
–   Maar ja, nu ben ik al begonnen
–   En die zwaluw vliegt ook niet uit zichzelf weg
–   Als ik de doos met open deksel naar buiten houd dan gebeurt er niks. Hij stijgt niet op. Of nou ja hij vliegt niet weg zal ik maar zeggen
–   Hij trilt. Ik denk dat-ie heel bang is
–   Ik kan toch moeilijk die doos gaan bewaren tot-ie uit zichzelf wegvliegt?
–   Zul je zien dat-ie weer net mis vliegt. Kan ik ’m weer vangen…
–   Oké ik houd gewoon die doos naar buiten en dan kieper ik ’m gewoon langzaam om
–   Nee, dat kan ik niet doen, dat is zielig
–   Kom ik ’m morgenochtend weer tegen, gebroken vleugels, gekraakt nekje, bloed uit z’n bekje. Of ik zie ’m helemaal niet, omdat de ratten hem hebben opgegeten. En die moederzwaluw maar zoeken
–   Ik ga het toch doen, ik weet niet wat ik anders moet
–   Als dat geen goed idee is, dan moet je nu iets terugsturen. Please. Ik weet dat je dit leest. En als je dit morgen pas leest dan ben je morgen dus medeplichtig aan zwaluwmoord
–   Kinderzwaluwmoord.
–   Ik kantel die doos en dan vallen ze naar beneden
–   Vrije val. Baby zwaluw.
–   Oké daar ga ik. Hierna zijn we Bonnie and Clyde. Maar dan zonder dat Clyde een erectiestoornis heeft. Maar dat weet je ook wel
–   Sorry ik deed het weer. Misschien moet ik je nummer schrappen of zo. En deze conversatie. Oké misschien doe ik dat. Maar eerst die zwaluw helpen zich te pletter storten
–   Ik moet een beetje huilen. Het was zo mooi
–   Ik draaide de doos met één harde beweging om. En het vogeltje viel naar beneden. Langs de vijfde, vierde, derde, tweede, eerste en ik kreeg spijt zoveel spijt. Ik wilde niet dat dat vogeltje dood ging. Maar ik had het al gegooid. Het was al voorbij. En toen, vlak boven de tegels van de stoep waar ik ’m al dood en gebroken zag liggen, sloeg-ie eindelijk z’n vleugels uit. En ik, ik weet niet waarom, maar nu zit ik te grienen
–   Ik heb al zo lang niet meer zo gehuild
–   Sorry. Dit interesseert je natuurlijk niet meer. Ik ben een vervelende zeur
–   Als je maar weet dat ik dat nooit heb willen zijn. Jij bent zo op mij gaan reageren. En nu ben ik hier
–   Ik verwijder je nummer
–   Zwaai naar me in de regen
–   Ook al is dat verdrietig.
–   Ik zal je geen kus meer geven.
–   Dat zeg ik vooral tegen mezelf