De aarde

Een kleine geschiedenis

Een fascinerend boek over ons ontstaan én onze toekomst

Gebonden:
23,99

Synopsis

Samenvatting

Meer dan vier miljard jaar geleden ontstond onze kleine planeet uit rotsachtig puin dat rond een jonge ster cirkelde. De eerste jaren werd de aarde bekogeld door kometen en meteoren en stond ze op de rand van vernietiging. Ze was bedekt met oceanen van kolkend magma; giftige gassen verstikten de atmosfeer. Vulkaanuitbarstingen, zeebevingen en ijstijden volgden elkaar met regelmaat op. Voor het grootste deel in haar lange bestaan was de aarde voor mensen onbewoonbaar, totdat te midden van deze dynamiek er leven ontstond.
In zijn boeiende boek plaatst Andrew Knoll de klimaatverandering van de eenentwintigste eeuw in de context van die lange aardgeschiedenis, want een van de meest indringende lessen van de geologie is hoe veranderlijk, kwetsbaar en kostbaar onze huidige leefomgeving in feite is. Met die kennis in het achterhoofd kunnen we beter begrijpen hoe het handelen van de mens onze planeet ingrijpend verandert. Dat maakt De aarde. Een kleine geschiedenis tot een fascinerend en essentieel boek over ons ontstaan én onze toekomst.

Specificaties

ISBN: 9789400408050
NUR: 320
Type: Gebonden
Auteur(s): Andrew Knoll
Vertaler: Maarten van der Werf, Brenda Mudde
Prijs: 23,99
Aantal pagina's: 256
Uitgever: Thomas Rap
Verschijningsdatum: 17-06-2021

Specificaties

ISBN: 9789400408067
NUR: 320
Type: E-book
Auteur(s): Andrew Knoll
Vertaler: Maarten van der Werf, Brenda Mudde
Prijs: 11,99
Aantal pagina's: 256
Uitgever: Thomas Rap
Verschijningsdatum: 17-06-2021

Leesfragment

1. De chemische aarde - het ontstaan van een planeet

In den beginne was er… Tja, wat eigenlijk? Een stip, een punt, een vlek: ongelooflijk klein en tegelijkertijd onvoorstelbaar dicht. Het was geen plaatselijke concentratie van materie in de uitgestrekte leegte van het universum. Het wás het universum. En hoe het daar kwam, weet niemand.
Wat ervoor kwam – als er al iets voor kwam – is al even onbekend, maar zo’n 13,8 miljard jaar geleden begon deze oerkern van het universum zich razendsnel uit te breiden. Dat was de ‘oerknal’, een immense expanderende golf van energie en materie. Het ging hierbij niet om gesteente of mineralen zoals wij die kennen, zelfs niet om de atomen waar het gesteente, de lucht en het water uit bestaan. Bij het begin van ons universum bestond de materie uit quarks, leptonen en gluonen, een vreemd samenspel van subatomaire deeltjes die uiteindelijk zouden samenklonteren tot atomen.
We danken onze kennis van het universum en zijn geschiedenis grotendeels aan de meest ongrijpbare bron van allemaal, het licht. Je zou het misschien niet zeggen als je die flonkerende speldenknopjes aan de nachtelijke hemel ziet, maar licht heeft twee eigenschappen die ons helpen te begrijpen hoe het universum zich heeft ontwikkeld. Ten eerste kunnen we uit de verschillende golflengtes opmaken uit welke bron de lichtgolven afkomstig zijn. Met onze ogen kunnen we maar een klein deel van de lichtgolven waarnemen, maar sterren en andere hemellichamen zenden een veel breder spectrum aan straling uit, van radio- tot micro- en gammagolven, of absorberen die. En elk type golf leert ons iets anders. Ten tweede, en dat is belangrijk:  licht heeft een strikte maximumsnelheid: 299.792.458 meter per seconde (in de ruimte). Het licht van de zon wordt acht minuten en twintig  seconden voordat wij het zien uitgezonden. Bij andere sterren en hemellichamen zit daar meer tijd tussen, en bij de verste objecten heel veel meer. Daardoor kunnen we terugkijken in de tijd en is ons firmament een hemels geschiedenisboek