Over oude wegen

Een reis door de geschiedenis van Europa
Paperback:
22,99
E-book:
9,99 4,99
Luisterboek:
16,99
Over oude wegen
Over oude wegen
Over oude wegen

Prijzen en nominaties

  • Shortlist Bob den Uyl Prijs (2019)
  • Halewijnprijs (2018)

Synopsis

Samenvatting

Al een miljoen jaar reizen mensen door Europa. Van de raadselachtige homo antecessor die zijn voetafdrukken achterliet op de kust van Engeland tot de reiziger over de snelwegen van vandaag. Onder elke voetstap ligt een vorige, onder elke verharde weg een ezelpad of karrenspoor, onder elk voetpad bevinden zich de afdrukken van een jager of prooidier. Toch spelen de lange, doorgaande wegen van Europa geen rol in de verbeelding of de identiteit van haar bewoners. Waarom heeft de Europeaan zo’n ambivalente verhouding ten opzichte van de doorgaande routes van zijn continent? Op zoek naar het antwoord op die vraag treedt Mathijs Deen in de voetsporen van ontheemden, struikrovers, pelgrims, gelukzoekers en veroveraars die hun weg hebben gezocht langs de kusten, de rivieren en de wegen van Europa, en vertelt hij hun verhalen.

Van de prehistorie en de Romeinse tijd door de middeleeuwen naar het Europa van nu. Van de Straat van Gibraltar naar Stockholm, van Rome naar Boekelo. Over oude wegen is een avontuurlijke tocht door Europa en een fascinerende reis door de tijd.

Specificaties

ISBN: 9789400405158
NUR: 320
Type: Paperback
Auteur(s): Mathijs Deen
Prijs: 22,99
Aantal pagina's: 336
Uitgever: Thomas Rap
Verschijningsdatum: 09-02-2018

Specificaties

ISBN: 9789400406551
NUR: 320
Type: E-book
Auteur(s): Mathijs Deen
Prijs: 9,99 4,99
Aantal pagina's: 336
Uitgever: Thomas Rap
Verschijningsdatum: 14-02-2018

Specificaties

ISBN: 9789400405165
NUR: 320
Type: Luisterboek
Auteur(s): Mathijs Deen
Prijs: 16,99
Duur: 6 minuten
Uitgever: Thomas Rap
Verschijningsdatum: 25-07-2018

Leesfragment

DE VERBEELDING
Boekelo – Leersum (1968)

 

‘Dit is de E8,’ zei mijn vader.
‘Die loopt van Londen naar Moskou.’ We naderden een afslag. Op het asfalt stond een pijl met daaronder: E8. Ik zag het vanaf de achterbank. We waren onderweg van Twente naar de Utrechtse Heuvelrug, van mijn ouderlijk huis naar mijn grootouders. Een afstand van ruim honderd kilometer. Maar door die ene opmerking van mijn vader werd onze onderneming opgenomen in iets wat veel groter was. We reden eigenlijk een etappe van een lange, grensoverschrijdende reis tussen namen die ik kende uit de atlas, van het achtuurjournaal, van de koppen in de krant waarachter mijn vader zich vaak aan het gezelschap onttrok.

De weg was grillig, vertakte zich langs talloze afslagen en zag er bedrieglijk gewoon uit; een kruispunt, een brug, doorgaand asfalt, klinkers. Maar de pijlen en aanduidingen op het wegdek spraken duidelijke taal. Dit was wel degelijk de E8, de weg van Londen naar Moskou.
Mijn grootouders woonden in een huis in een bos op de Utrechtse heuvelrug. De tuinbaaswoning was tegen een koetshuis aan gebouwd, en hoorde bij kasteel Broekhuizen; een achttiende-eeuwse buitenplaats omringd door bos en vijverpartijen.
Maar de kasteelvrouwe was dood en het kasteel was verlaten. Mijn opa, die verantwoordelijk was geweest voor het onderhoud van de tuin en het bos, woonde er nog steeds, samen met mijn oma. Mijn opa werkte niet meer. De tuinen waren verwilderd, de kassen waren ingezakt, het grind bemost, de ramen van het kasteel dichtgetimmerd en het gras van het enorme gazon voor het kasteel stond hoog.
Mijn oma stookte een houtkachel om de eetkamer warm te houden, gaf me beschuitjes met suiker, zelfgemaakt bramensap op zelfgemaakte vla en een harkje om eindeloos door het grind te halen. In de schemer joegen ringslangen in de slotvijver, ’s nachts huilden uilen in het bos. Ik was daar gelukkig en verlangde er altijd naar om daar te zijn.
Ik kan niet veel ouder zijn geweest dan acht jaar toen ik me thuis, vroeg naar bed gestuurd en nog erg wakker, in het donker probeerde voor te stellen dat ik zelf een auto kon besturen en dan naar mijn grootouders zou rijden. Ik kende de weg, toch? Als ik in de auto op de achterbank, ingeklemd door benen en armen van mijn twee oudere broers, door de voorruit op de weg keek, dan wist ik altijd: hier gaan we rechtsaf, daar gaan we links. Ik herkende alle wegen, kruispunten en afslagen die zich aandienden.
Dat was wat ik probeerde in bed op te roepen; de hele route, met alle afslagen, kruispunten en bochtige beboste stukken, de opeenvolging van witte strepen die op de stammen van de bomen waren geschilderd om de berm te markeren. Ik stelde me voor dat ik zelf zou rijden, alleen, zelfstandig, naar opa en oma.

Gerelateerde artikelen